Zienswijze A27/A12 Verbreding Ring Utrecht


A27-verbreding

Geachte Excellentie,

Hierbij dien ik mijn zienswijze in, betreffende het Ontwerptracébesluit (OTB) A27/A12 Ring Utrecht.

Ik heb bezwaren tegen de ingrijpende gevolgen voor het landschap, de natuur en voor de gezondheid van mens en dier van deze grootschalige aanpak van de verbreding van de Ring Utrecht A27/A12.

Zienswijze Kerngroep Ring Utrecht
Als inwoner van Utrecht verwijs ik voor wat betreft mijn argumenten tegen het OTB A27/A12 Ring Utrecht tevens naar de uitstekende zienswijze die op 19 juni jl. is ingediend door de Kerngroep Ring Utrecht, de Vereniging Leefmilieu, de Stichting Bewonersoverleg Lunetten, Vereniging het Groene Dak, de Natuur en Milieufederatie Utrecht, Vereniging Aktie Amelisweerd, Vereniging U-Track en een groot aantal belanghebbenden.

CPB publicaties
Verder verwijs ik naar twee recente publicaties van het Centraal Planbureau (CPB). Het eerste betreft een bericht waarin het CPB meent dat de verbreding van de Ring Utrecht uitgesteld moet worden.

Uitstel van de verbreding A27/A12 bij de Ring Utrecht verhoogt de maatschappelijke welvaart. Een analyse van de maatschappelijke kosten en baten geeft aan dat het project pas rendeert als het fileprobleem rondom Utrecht aanzienlijk verergert ten opzichte van de huidige situatie.

…(…)…

Maar op basis van de nu beschikbare veiligheidsrapporten kunnen sommige van dergelijke varianten naar de mening van het CPB niet op voorhand worden uitgesloten. Dit zou als voordeel hebben dat de bak bij Amelisweerd niet hoeft te worden verbreed. Uitstel van besluitvorming heeft daarom ook het voordeel dat deze alternatieven nader onderzocht kunnen worden.

Het tweede bericht is een publicatie van het CPB waarin gesteld wordt dat :

De rol van gemeenten en provincies in het mobiliteitsbeleid zal de komende tijd naar verwachting verder toenemen. Grootschalige investeringen in rijkswegen en spoor zijn de komende decennia minder vaak rendabel. Lokaal valt wel winst te boeken op het gebied van mobiliteit. Steden blijven nieuwe bewoners trekken; ze zullen moeten investeren in hun transportsystemen om de toenemende mobiliteit aan te kunnen.

De gemeente Utrecht is al bezig met een mobiliteitsbeleid, gericht op het versterken van de rol van de fiets en de voetganger en het OV. Naar mijn mening strookt het verbreden van de Ring Utrecht op geen enkele manier met het beleid van de gemeente. Ik zou u dan ook willen verzoeken om de rol en de zienswijze van de gemeente Utrecht in het OTB veel meer mee te wegen. De gemeente Utrecht heeft onlangs een zienswijze ingediend waar ik het volledig mee eens ben. Het volgende citaat sluit hier goed bij aan, het citaat is afkomstig uit de hierboven vermelde publicatie van het CPB:

Grotere steden blijven ook in de toekomst meer bewoners trekken, bij hoge én bij lage groei van de economie en bevolking. Dit creëert nieuwe uitdagingen voor mobiliteitsbeleid. Stedelijk mobiliteitsbeleid is bij uitstek een onderwerp voor besluitvorming op lokaal niveau, waarbij sprake kan zijn van samenwerking met en medefinanciering vanuit de kant van het Rijk.

Bovendien zullen er in 2017 al verkiezingen plaatsvinden. Waarom nog voor de verkiezingen zo’n belangrijke beslissing nemen die zulke ingrijpende gevolgen heeft?

Mijn aanvullende argumentatie:

Kromme Rijn
Als inwoner van Utrecht ga ik regelmatig met de fiets naar de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen. Met de fiets doe ik er iets langer dan 10 minuten over. Ik kan er ook lopend naartoe. Dan heb ik de keuze om het prachtige wandelpad langs de rivier de Kromme Rijn te nemen. Het is uniek voor een grote stad als Utrecht in ons land, dat je via een pad langs de rivier vanuit de stad naar de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen kunt lopen. Om te recreëren en van de prachtige natuur te genieten. De route langs de Kromme Rijn loopt overigens helemaal tot Wijk bij Duurstede. Het KrommeRijnpad is in 2015 uitverkozen tot dé leukste wandelroute van het jaar.

_DSC4416.JPG

Mijn mening is dat de verbreding van de Ring Utrecht gevolgen heeft voor een deel van deze route langs dit pad. Zo is er het viaduct dat verbreed en verhoogd gaat worden. Het viaduct over de Kromme Rijn wordt bijna 100 meter breed! Ik maak me grote zorgen over de gevolgen van deze maatregel op het landschap aldaar. Er is een prachtig stuk met bomen waar het in de lente vol met bloeiend fluitenkruid staat. Bovendien wordt de herrie vanaf dit viaduct naar het bos ondraaglijk. Ik heb recent een geluidsopname gemaakt van het verkeerslawaai (na de spits) van het bestaande viaduct en ik schrok daar zelf van. Na de verbreding zal de geluidsoverlast nog erger zijn. En dan heb ik het niet eens over de bouwoverlast die zeker 8 jaar zal duren. Hoe gaat het dan verlopen voor de wandelaars en joggers die hier regelmatig lopen? En de dieren? En wat zijn de gevolgen voor de woningen die hier staan en de tennisbanen die ook in dit gebied liggen?! Hoe lang gaat het na de bouwoverlast duren voordat het landschap en de natuur helemaal zijn hersteld?

In het OTB staat over de onderdoorgang Kromme Rijn: ‘De onderdoorgang komt er anders uit te zien: minder benauwend dan nu nog het geval is’. Ik kan u verzekeren dat deze onderdoorgang op geen enkele manier door mij als ‘benauwend’ wordt ervaren. Bovendien kan een natuurvriendelijke oever ook aangelegd worden zonder de verbreding.

Natuur, landschap, compensatie
Ook voor Amelisweerd en Rhijnauwen zelf heeft de verbreding van de Ring talloze gevolgen. Ik kom er graag. Dat geldt voor veel meer inwoners van Utrecht. Het is voor mij het meest nabije bosgebied om te kunnen recreëren. Voor de verbreding van de Ring moeten heel veel bomen worden gekapt en verdwijnt opnieuw waardevolle natuur. Aan beide kanten van de A27 verdwijnt een flinke strook bos met veel oude eiken en beuken. Maar ook langs andere delen van de Ring worden veel bomen gekapt. Na de kap van Amelisweerd in 1982 beloofde minister Zeevalking dat er weer bomen zouden worden terug geplant, in en rond het verkeersplein Rijnsweerd. Die bomen worden nu op hun beurt weer allemaal gekapt. In Amelisweerd staan vele eeuwenoude bomen. Die zijn onvervangbaar. U mag dan ook niet veronderstellen dat ze elders worden vervangen. De bomen verdienen onbegrensde bescherming. U moet ze laten staan.

in het bos zelfportret met nabewerking

Behalve het bos wordt ook het landschap verder aangetast. Bijvoorbeeld het Krommerijngebied en het mooie landschap achter de Botanische Tuinen op de Uithof. Ook de weidegebieden rond Fort Voordorp en Fort ’t Hemeltje.

De vraag is hoe u deze vernietiging van de natuur wilt compenseren. Het lijkt er op, dat de natuurcompensatie nog steeds niet rond is. Rijkswaterstaat is nog altijd aan het zoeken. In de buurt van Utrecht, zeker aan de oostkant, is weinig ruimte voor compensatie. De meeste plekken hebben al een bestemming. Of er is al waardevolle natuur, en daar kun je niet compenseren. Ook wil je niet dat waardevol cultuurlandschap wordt opgeofferd om er bos van te maken.

Al bij de aanleg van de A27 is het karakter van de Nieuwe Hollandse Waterlinie verstoord. Nu deze linie is genomineerd voor plaatsing op de Werelderfgoedlijst zou u het meer passen om fouten in het verleden recht te zetten, in plaats van het allemaal nog erger te maken.

Voorts zit ik niet te wachten op een constructie à la het Prins Clausplein bij knooppunt Rijnsweerd. Zo’n fly-over past totaal niet bij het landschap, is horizon-vervuilend en heeft overige negatieve effecten, zoals geluidsoverlast en meer luchtvervuiling.

Vogels
De plannen hebben ook voor de vogels nadelige gevolgen. Een geluidsscherm is in het algemeen niet hoger dan een meter of 4, soms nog lager, en vogels houden zich het recht voor om hoger te vliegen. Tijdens het broedseizoen zijn de gevolgen helemaal rampzalig: De bomen in Amelisweerd, voor zover ze dit project zullen overleven, zijn veelal oud, en dus heel wat hoger dan de schermen; de onfortuinlijke bosvogels zitten daardoor te broeden in een oorverdovend lawaai, waar ze niet tegen kunnen. Uit onderzoek is gebleken dat blootstelling aan geluid boven 42 dB hun voortplanting al ernstig verstoort.

Bouwoverlast
Tijdens de werkzaamheden zal er veel luchtvervuiling ontstaan door machines en door wegomleidingen. Omdat het om een langdurige periode gaat moet u ook tijdens de bouw aan de EU-normen voor luchtverontreiniging voldoen. U mag dit project niet uitvoeren tenzij u bewijst dat dat het geval is. De overlast gedurende de bouw zal erg heftig worden. Niet alleen door herrie en stank, maar ook door sluipverkeer, omdat de rijksweg ten dele wordt geblokkeerd. Dan past het u niet om deze overlast te behandelen als een sluitpost op de begroting van het project.

Dak op de bak als groene verbinding?
Het dak op de bak kan niet als een groene verbinding gaan fungeren. Daarvoor is de deklaag van een meter te dun. Bovendien is de ontwerpdraagkracht (30kN/m2) te klein om bomen te kunnen dragen. Veel meer dan wat gras en struikgewas zal er niet op toegelaten worden.

De Uithof en de bereikbaarheid
De bereikbaarheid van de Uithof moet verbeterd worden. Een belangrijk argument in het OTB om de Ring Utrecht te verbreden. Maar in het promotiefilmpje van de Verbreding Ring Utrecht en in documenten hoor en lees ik weinig over de aan te leggen tram. Daarnaast is de verbreding niet nodig om de bereikbaarheid te verbeteren. In een artikel van De Utrechtse Internet Courant van 5 april 2013 met als titel : “Moet de A27 bij Amelisweerd verbreed worden? Dat is de vraag” wordt de heer De Gelder geciteerd (directeur van het Utrecht Science Park).
De Gelder geeft aan dat de weg wat hem betreft niet verbreed hoeft te worden.

De bereikbaarheid is voor ons heel belangrijk. En dan is de breedte van de weg niet belangrijk voor ons, we kijken dan eerder naar de bereikbaarheid van De Uithof. Dan is een afslag vanaf de A27 richting De Uithof een stuk belangrijker. Als klein clubje met een groot project, het realiseren van 3000 banen, is het vestigingsklimaat in het Utrecht Science Park van groot belang. In dat kader vinden we het vooral belangrijk dat de verbinding met Schiphol via de Uithoflijn goed is.

OV
In en om Utrecht is er al veel verbeterd wat betreft het Openbaar Vervoer. Sporen zijn en worden verdubbeld. Nieuwe stations zijn aangelegd (Vaartsche Rijnstation) en stations zijn vergroot en verbeterd. Er komt bovendien een tramlijn naar de Uithof. Daarnaast is de gemeente Utrecht (zie ook hierboven) bezig met een mobiliteitsbeleid. Hoe strookt dit alles met de plannen van Rijkswaterstaat om de Ring Utrecht te verbreden? Is dit wel nodig?

De kosten. Wat kan je met dat geld doen? Alternatieven
Totaal gaat het om een bedrag van 1,2 miljard euro. Wat kun je met het geld doen als de Verbreding van de Ring niet doorgaat.

Er zijn voldoende alternatieven. In plaats van wegverbredingen kunt u beter parkeergarages bouwen, met goede openbaar vervoer aansluitingen met de werkplekken (Utrecht Science Plan, binnenstad, etc). Dat scheelt veel autoverkeer, en dat is goed voor milieu en klimaat. Ook zijn er andere alternatieven die het CPB bijvoorbeeld noemt : beïnvloeden van het reisgedrag, optimaliseren van bestaande verbindingen en inspelen op nieuwe technologieën. Experimenten en beleidsevaluaties kunnen helpen om dit beleid vorm te geven.

Ik verzoek u bovenstaande argumenten mee te nemen om op basis daarvan het besluit uit te stellen, dan wel grondig te verbeteren óf helemaal te cancelen.

 

 

 

U kunt de petitie nog ondertekenen! Klik hier! Er zijn op dit moment al 4.433 handtekeningen!

(met dank aan Kerngroep Ring Utrecht en de Kracht van Utrecht)

De afbeeldingen hierboven heb ik niet in mijn zienswijze gevoegd.

De zienswijze heb ik digitaal ingediend.

Advertenties

Groen voor onze toekomst!


De straat waar mijn woning – een maisonnette – staat, oogt grijs, kaal en is één en al steen. Er staan een paar bomen. Deze geven de straat in de zomer als ze vol in het blad staan echter geen groene ‘look’. Er is wel een plantsoen aanwezig, maar daarvoor moet ik wat verder lopen. De totale hoeveelheid groen in mijn buurt is evenwel te gering, in verhouding tot het aantal inwoners. Dat geldt voor veel inwoners van (grote) steden. Dit kan anders. Je kan de stad groener maken, je kan de natuur zelfs dichterbij brengen, door haar naar je huis te halen. Tot in de straat, aan de gevel van je huis, in je eigen tuin, of gewoon op straat of op het schoolplein. Het boek ‘Natuur in de straat’ van Jaap Dirkmaat is een pleidooi voor en geeft tips om onze steden te vergroenen.

Jaap Dirkmaat is vooral bekend als pleitbezorger van bedreigde soorten als de korenwolf, de zeggenkorfslak en de knoflookpad. De Stichting Das&Boom die Dirkmaat in 1981 mede oprichtte, zet zich voor deze soorten in. Momenteel is Dirkmaat naast voorzitter van Das&Boom en van de Stichting wAarde, ook directeur van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap. Laatstgenoemde is tevens de uitgever van het boek ‘Natuur in de straat’.

Een groenere toekomst voor onze kinderen
Wie kan zich nog zijn of haar eerste natuurervaring herinneren? Wie heeft kikkerdril nog uit de sloot gehaald en deze zien opgroeien tot kikkervisjes of wellicht zelfs tot kikkers? Of jonge merels die uit het nest waren gevallen, grootgebracht? Wat voor invloed had deze ervaring op je verdere leven? Misschien heeft deze ervaring – of reeks van ervaringen – ertoe bijgedragen dat je een liefhebber van de natuur bent geworden en wellicht zelfs dat je je voor de natuur inzet op de een of andere manier. Hoeveel kinderen zouden er nu nog opgroeien in een groene omgeving?

De wereldbevolking neemt met rasse schreden toe. Steeds meer mensen wonen in steden. Ook in ons land. Volgens Dirkmaat heeft de bevolkingsdruk grote gevolgen voor de natuur en de hulpbronnen op aarde. Zoals de achteruitgang van de biodiversiteit (soortenrijkdom). In het boek pleit Dirkmaat daarom voor het bevorderen van de natuur daar waar het mogelijk is. Met name in de stad. Kinderen moeten weer in een groene omgeving opgroeien, en zo weer hun eerste natuurervaring kunnen opdoen. En dat is voor Dirkmaat eigenlijk het belangrijkste argument om de natuur in de straat te halen. “Natuur- en milieubehoud zijn levensvoorwaarden waarop je niet kunt beknibbelen. De zorg erom moet breed worden gedragen en die kiem daartoe wordt gezaaid in de vroege jeugd en opgroeifase. Wie natuur, landschap en milieu wil behouden, moet dus ook zorgen voor opvolgers die de fakkel overnemen!”

Een groenere stad levert tal van andere voordelen op. Groen vangt fijnstof op, zodat er minder luchtvervuiling is en groene steden zijn koeler tijdens hete zomers. Het ziekteverzuim vermindert en mensen zijn trotser op hun buurt als ze in een aantrekkelijke woonomgeving verblijven.

Creatief omgaan met groen en bouwen: keuzes maken
De natuur dichtbij huis brengen dus. In het boek staan tal van voorbeelden vermeld hoe je dit kan doen. Van het groener maken van braakliggende terreinen, groene gevels en groene daken maken, tot het beplanten van parkeerplekken van bewoners die geen auto hebben.

Dirkmaat stelt ook grotere kwesties aan de orde. Moeten steden in- of uitbreiden? En hoe zit het met sloop en nieuwbouw?En waar moet je nieuwe woningen bouwen? Te denken valt volgens Dirkmaat aan de akkerbouwgebieden en de bollenstreek in het Groene Hart. Dit zijn ontveende gebieden die veel water onttrekken aan het omliggende veenweidegebied en weinig biodiversiteit bieden. Je kan deze gebieden opspuiten en er nieuwe dorpen en steden bouwen, in aantrekkelijke duinlandschappen. Of de gebieden onder water zetten. Waar dan drijvende dorpen en steden kunnen ontstaan. Op deze manier kan de druk van elders weggenomen worden en kunnen we stoppen met het “fantasieloos aanplakken van nieuwbouw”die afbreuk doet aan natuur en cultuurhistorie. Het Groene Hart wordt immers steeds meer bedreigd door uitbreiding van steden als Utrecht, Gouda, Woerden en Rotterdam. We zullen moeten vooruitdenken en “zelf de zwakke plek bepalen en daar de doorbraak forceren”. Aldus Dirkmaat.

Er zal nog veel moeten gebeuren de komende jaren voordat onze kinderen in de toekomst weer hun natuurervaringen in de steden kunnen opdoen. Alhoewel er momenteel al een aantal projecten in steden zijn opgezet, is er tegelijkertijd in veel steden sprake van een compacte stadsbeleid, waardoor onder andere groen verdwijnt om plaats te maken voor woningen. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden. Het boek van Dirkmaat geeft hiervoor verschillende handvaten. Mijn balkon in de grijze buurt waar ik woon met veel betegelde tuinen staat in ieder geval vanaf de lente vol in het groen. En trekt hiermee verschillende insecten en vogels aan. In het klein beginnen kan immers ook!

Bloeddruppels op zijn laptop, hoe de kunstenaar Fred van der Kwal aan zijn einde kwam (deel 2)


Deel I

Fred van der Kwal bedenkt grootse plannen onder de douche, swaffelt zich af op de webcam van zijn laptop, maar wordt dan doodgestoken. Bloed stroomt naar beneden. 

Deel II

Zeefdruk,  © Helena

Wat is er nou toch weer aan de hand? De vrouw van Fred zit te lezen in de woonkamer. Ze hoorde iets klateren, het leek op het geluid van een bergbeekje. Alleen rook het zo vreemd. Naar narcis(me)sen…. Ze werd er bijna door bedwelmd!

Snel liep ze naar de gang waar de trap naar boven zich bevond. Rood! Alles rood!

Even dacht ze dat Fred de tomatenketchupfl(amo)es was vergeten te sluiten (hij is verslaafd aan ketchup en ze hebben van die enorme flessen gekocht, ze staan in zijn werkkamer naast zijn laptop waar hij altijd tosti’s eet met kaas en ham en ketchup). Beneden komt hij niet meer, hij is altijd aan het schrijven achter zijn slaptob, maar ze wist, toen ze het rode spul naar beneden zag stromen, dat dit geen tomatenketchup was en zeker geen Heinz tomatenketchup!

Wat is hier gebeurd? Snel loopt ze naar boven, de bloedstroom zoveel mogelijk vermijdend.  Ze durft niet naar de werkkamer te gaan van Fred. Twijfelt. Is dat ook bloed dat onder de deur door sijpelt?  Maar het wordt al minder. Zachtjes opent ze de deur. Of zou ze de politie moeten bellen? Nee, eerst kijken wat er aan de hand is…

Dan ziet ze haar man op de vloer liggen. Snel loopt ze naar hem toe. Luistert of ze iets van een ademhaling kan horen, voelt aan zijn pols of ze zijn hart kan horen tikken. Verdomme!  Gelukkig staat er een telefoon in de werkkamer – mobiele telefoons hebben ze niet, vond Fred maar achterlijke dingen – belluh hoeft toch niet? We kennuh toch skypuh ? en we hebbuh die goeie ouwe Home Telephone nog,  sonde van het geld zo’n telefoon waarmee je ook kunt Sm(S)-sen! –

Ze pakt de telefoon. Alarmnummer in Frankrijk, wat is het noodnummer in Frankrijk? 112 toch? ja, 112! En ze drukt op de toetsen, gelukkig, ze krijgt meteen verbinding!

112: Met 112, vertelt u het maar!

Vrouw van Fred: U moet snel komen naar xxxxxxxxxx Couloutre, mijn man ligt op de grond en alles kleurt rood!

112: Madame, vous sont perdus la Route?

Vrouw Fred: Nee, ik ben niet de weg kwijt, mijn man ligt hier op de grond!

112: We komen er aan! A grande vitesse!

Vrouw Fred: Nee nee dat is een voetbalclub in Nederland daar zitten we nu niet!

112: Mevrouw ik geloof echt dat u de weg kwijt bent. Frans kent u ook al niet

Vrouw Fred: Nee ik ben gewoon in de war, mijn man deed al dagen vreemd en nu ligt hij daar, zo, op de grond….

112: Accord, nous arriverons!  Zorg dat u een doekje voor het bloeden hebt!

Vrouw Fred: Een doekje? Ik heb hele lakens nodig! En dat noemt zich een alarmnummer. Huh!

112:  (zachtjes fluisterend tegen collega): alweer zo’n arrogante Nederlander die une maison  à la campagne heeft gekocht voor enkele miljoenen!

wederom 112:  (tegen de belster): mevrouw we komen er nu echt aan, opent u de voordeur maar vast!

Vrouw van Fred: Oké ik wacht u op.

Ze loopt naar beneden en opent de voordeur. In de verte hoort ze de sirenes al. Langzaam komen ze dichterbij.

En daar is de ambulance al. Een vrouw en twee mannen stappen uit.

Alle toeters en bellen worden uitgeladen door het ambulancepersoneel. Op naar het huis. Ze wijst de dame en heren de weg naar boven.

Onthutst lopen de hulpverleners de trap op, vol afgrijnzen kijken ze naar de stroom bloed….ze zijn aardig wat gewend maar dit?

“Hou alles gereed”, zegt de hoofdambulancemedewerker tegen zijn teamgenoten. “We moeten ons op het ergste voorbereiden”.

Ze lopen de werkkamer binnen, en snellen op de man af die daar op de grond ligt.

“Reanimeren, reanimeren! Nu”!

“Code red code red!”

Plotseling horen ze een zucht, en een keiharde lach!

Waar komt dat vandaan?

En dan…

Rijst er iemand op vanuit de dood. Hij staat op en lacht en lacht en lacht.

“Ha ha ha ha ha ha heb ik jullie even voor de gek gehouden man!”

“Wwwwat?” Zegt zijn vrouw

“Ha ha ha ha, je dacht dat ik het hoekje om gegaan was hè? Nee zo makkelijk gaat dat niet hoor! Ik heb je gewoon voor de gek gehouden. Het was een grapje. Een ku(ns)tproject van me. Mijn digitale lief I heeft alles gefilmd  met de webcam. Ze kan de webcam  aansturen via haar computer thuis. Dat wordt straks een spannende thriller,  we kennu d’r ontzettend rijk van worden!”

“GODSallemachtig zeg! Wat ben jij een ontzetten vreselijk persoon”! Schreeuwt een ambulancemedewerker het uit.  Zijn collega sust hem.

“Maar Fred toch, roept zijn vrouw het uit, en dat bloed dan!”

“dat komt van de slagerij uit het dorp, het is bloed van lammeren”

“Mijnheer, u bent gewaarschuwd”. De hoofdambulanceman roept zijn collega erbij. “spuit11”?  “Ja lijkt me wel verstandig”.

De ambulanceman haalt de spuit uit zijn tas en vult hem met een slaapmiddel. “Mijnheer we gaan u even in slaap brengen. U bent ontzettend in de war. U moet echt rustig worden nu. Dat is onze prioriteit. We voelen ons hier ook niet echt veilig bovendien. We brengen u naar uw slaapkamer, dan kunt u lekker in uw bed gaan liggen”.

Fred protesteert hevig. Ondertussen nog bulderend van het lachen om zijn geslaagde grap. Daar moet en zal hij morgen een blog over schrijven! En hij is ontzettend benieuwd wat er van het filmpje terecht is gekomen. Hij loopt gedwee mee met de doktoren. Zij zullen het wel beter weten, ook al zijn het dan een soort van akka de mie sie. Hij gaat op zijn bed liggen. De injectiespuit wordt in zijn billen gespoten. En dan is het rustig.

Gelukkig, zucht zijn vrouw. De ambulancebroeders vertrekken weer. Ze nemen afscheid en vertellen  dat Fred een hoge rekening kan verwachten. Ze stappen in de auto. De hoofdambulanceman opent het raam en zegt terwijl de motor begint te loeien:  “Bovendien, mevrouw, zijn we van plan om aangifte te doen! Dit is werkelijk zonde van onze tijd! Er is in de tussentijd wellicht iemand gestorven die écht onze hulp nodig had”. En dan racen ze weg, op naar de volgende melding.

Ze schrikt ervan! Die Fred toch! Hij betaalt het maar uit eigen zak, desnoods gaat hij er voor werken! Putjes scheppen, vuilnis ophalen, plantsoenendienst, kan niet schelen wat!

Dan gaat ze het huis binnen en zet een kop thee. Boven is het stil. Ze zou zelf ook wel even een dutje willen doen. Maar eerst de boel schoon schrobben. Dit kan ze de werkster die morgen komt niet laten doen. Ze zou meteen ontslag nemen bovendien als ze de troep zou zien!

Na het schrobben en poetsen leest ze nog even wat. “The Murder Artist” is ze al enige tijd aan het lezen. Om aan het dagelijkse leven te ontsnappen. Alhoewel ze daarvoor eigenlijk geen boek nodig heeft! Zeker als je ziet wat er nu net is gebeurd! Zat ze maar weer in Nederland! Maar nee, Fred moest per se weg uit Nederland omdat hij zich in dat land “niet prettig meer voelde”. “Het was hem te vijandig geworden”. Maar ze had al gemerkt dat Fred zich in Frankrijk nu eveneens niet meer in zijn sas voelde. “Ze zijn hier ook al zo ruzie-achtig en rancuneus jegens mij, the big artist (Lebowski)”! Had hij pas nog tegen haar gezegd.

Ze knikkebolt, haar ogen vallen dicht van moeheid. Tijd om naar boven te gaan.

Gelukkig heeft ze nog altijd haar eigen slaapkamer. Wat was ze blij dat ze dit in de huwelijkse voorwaarden had opgenomen destijds. Luide snurkgeluiden komen ondertussen uit de slaapkamer van Fred. Af en toe hoort ze hem nog bulderen van het lachen. Kennelijk droomt hij.

Ze loopt zijn slaapkamer in. Pakt een kussen.

Toen was het echt stil.

Morgen zie ik wel verder, denkt ze, en kleedt zich om, wast zich en wentelt zich onder de lakens.

En niet vergeten om morgen vast de koffers te pakken. Dan valt ze in slaap.

Zeefdruk,  © Helena

 

 

 

Bron middelste afbeelding : ‘The Murder’, by Paul Cézanne (1839-1906)

Bloeddruppels op zijn laptop, swaffelend kwam de kunstenaar Fred van der Kwal aan zijn einde (I)


Of:

Death in Couloutre

Oh Oh Oh wat hebbe me een hekel aan die akkadeemiesie akkadeemiesie

Oh oh oh wat hebbe me een hekel aan die ak-ka-dee-mie-sie!

De kunstenaar stond onder de douche en neuriede luid zijn aloude liedje. Kletterend stortte het warme water van de douche zich over zijn grote en gezette lichaam. De waterdruppels stroomden via de heuvelige vormen van zijn borsten naar beneden en door het doucheputje kwamen ze terecht in het riool. Grote rivieren namen het water, waarin de grote Kunstenaar Fred van der Kwal had gedoucht, mee naar de zee. Zout water vermengde zich met het zoete water van de rivieren en met het naar narcis(me)sen geurende kwelwater van de heer Van der Kwal. De kunstenaar deed de kraan uit en stapte uit de douche.

Zich afdrogend bedacht hij iets unieks! Zijn douchewater is geld waard! Waarom zou hij geld moeten betalen aan de waterzuiveringsmaatschappijen? Wat hebben ze überhaupt nog schoon te maken in dit land? Alles is toch al schoon zat? Niet toch? nou dan! Nee, hij, the One and Only Fred van der Kwal, gaat om geld vragen bedelen bij die maatschappijen zelf! Laat hen maar dokken aan hem! Dat douchewater is immers grof geld waard! Dat geldt ook voor het vuile (af)waswater en andere wateren die via zijn huis de riolen instorten, alles wat de heer Fred van der Kwal aanraakt, of uitbraakt, is immers geld en goud waard! Men zou vast en zeker veel geld willen betalen voor een b(kw)akje of zo’n Spa-flesje met water gevuld met douchewater van Fred van der Kwal, geurend naar narcis(me)sen!

Zijn gedachten sloegen nu echt op hol! De miljoenen zag hij al binnenstromen! Daar moest hij straks een blogje over schrijven op zijn wordpressblog of bij Basic Publishing, waar hij al duizenden berichten op had geplaatst. En dat al duizenden keren gelezen was door zijn fans, zelfs gedownload! Ja hij was een bekende hoor in de wereld van de kunstenaars! De mensen lezen hem graag, moge dat duidelijk zijn!

Hij kleedde zich aan en liep naar zijn laptop. Effe de mail checken, misschien heeft I. nog wel gemaild. Hoppa, d’r stromen tien mailberichies binnen! “Lieve beest, ik hoor niets meer van je, what happened”?( x 10).  Oeps, nu is de beer los. Let’s write now! To the flowerie powerie lady of mine. Eerst mailen dus voordat ik mijn plannen uitwerk!

Zijn mail was snel geschreven. En het blogberichtje over zijn robuuste plan was nog sneller gedaan. Tik-vauten hier en daar een beetje corrigeren en plaatsen maar. De laptop stond luid te loeien. Het was weer een flinke lap tekst wat ie had geproduceerd! Het loeien werd echter luider en luider. Nu kwam er ook nog eens hete lucht uit de laptop. Zweet druppelde in Fred’s nek. Vloekend en tierend stond hij op. Laptop zal wel weer gemaakt zijn door onkundige akka de mie sie. Met name de akka de mie sie van het toenmalige Vkblog, zelfgenoegzame mensen die nergens verstand van hebben! Ten diepste haten zij kunst en kunstenaars, en ik? wie zou ik nu haten? niemand toch? Nee, geef mij dan maar Bokito! Die heeft ook een hekel aan mij maar doet dat tenminste open en bloot. Bovendien heeft hij geen enkel verstandig weerwoord tegen mij, de GROTE KLUNSTENAAR, met CapsLocks!. Wat akka de mie sie wel hebben overigens, een verstandig weerwoord maar dat vertel ik ze natuurlijk never nooit niet, ze benne toch al eigenwijs zat van zichzelve. Ik blokkeer die Bokito trouwens zodanig zodat hij niet bij mijn blog kan reageren maar ik blijf hem zelf ook attacken. Zo blijft een mens bezig! Ik moet toch wat te doen hebben!

Via skype zag hij dat iemand contact met hem zocht. Een gillend hysterisch wijf kwam binnen via de webcam. Dreigend en krijsend schreeuwde ze het uit! Ze deed hem aan iemand denken. Wat zag haar kapsel er raar uit! ze beschuldigde hem van allerlei dingen. Godttegottegot wat kunnen mensen hysterisch zijn zeg! Weet je wat, ik ga mijn fantasieën nu eens uitleven. Zou iemand ooit een laptop of een webcam geswaffeld hebben? Daar kan dat hysterische wijf vast niet tegen! Die geraakt in een flauwte waar ze de komende dagen niet uitkomt! Heb ik eindelijk een paar dagen rust! Hij trok zijn schoenen, zijn broek uit en zijn onderbroek. En hield zijn enorme aanhangsel tegen zijn webcam en swaffelde en swaffelde, toen kreeg de laptop een beurt. Nou hè, jij je zin! “Kè je het hebbu”?  Riep hij tegen de hysterische dame. Hij zag haar niet meer op zijn beeldscherm dus wellicht was ze al neergevallen. Zo meteen lekker even douchen bedacht hij zich, levert weer geld op en ik ben weer onbezoedeld en schoon.

Plotseling zag hij iets staalachtigs flikkeren. Godverdulleme, het lijkt wel of het uit het beeldscherm komt! Dat moet ik van dichtbij bekijken. Het beeldscherm barstte uit elkaar, een scherp mes kwam tevoorschijn. Hij had geen tijd meer om weg te rennen. Rochelend zakte hij op de grond neer. Het mes was diep in zijn hart gestoken.

Het bloed stroomde via kamers naar de douche die op een lagere verdieping lag. Door het doucheputje stroomde het naar narcis(me)sen ruikende bloed van Fred van der Kwal naar de ondergrondse helse stinkende rioolwateren. Wat zijn laatste woorden waren, kunnen we slechts naar raden. Iets met testament, te laat, idee, goud, geld en hel en verdoemenis. De politie startte meteen een onderzoek naar deze raadselachtige dood. De hysterische vrouw had haar websporen snel van het internet gewist, evenals de sporen van haar computer. Gelukkig had ze anoniem geskyped met de klunstenaar. Zo kon ze naar anderen blijven wijzen, die in haar ogen mede schuldig waren aan deze afschuwelijke moord op the one and only beast van de bloggende wereld van het www. De hellepoorten van het riool bleven nog lange tijd roodgekleurd….


Deze “thriller” heb ik geschreven na de talloze aanvallen door Fred van der Wal zelf op zijn wordpressblog jegens mij en anderen. Hij gaat vaak echt veel te ver en doet altijd alsof hij niets gedaan heeft. En anderen (ook ik) worden dan beschuldigd van stalken en metabloggen! Ik heb de laatste maanden (bijna) niet meer gereageerd onder zijn blogberichten, ook als hij mij onheus bejegende, belachelijk maakte en me heel erg kwetste. Ik heb al die tijd sinds het VKblog is opgeheven niets meer over Fred geschreven. Maar nu is het echt wat mij betreft tijd om weer wat te schrijven. Bovenstaand stuk gaat wellicht wat ver maar geloof mij, Fred van der (k)Wal gaat zelf erg ver!
Het gaat hier om een digitale moord dus laat dat duidelijk zijn!

Henk Kamp de hangende grammofoonplaat : “werkende mensen verhuizen aan de lopende band”


Henk Kamp de Grote

Gij nutteloze!

Bent u wel eens vanwege uw werk verhuisd? Of verhuist u – als u verhuist –  omdat u op zoek bent naar een mooiere woning en woonomgeving, dan wel vanwege privé-omstandigheden, zoals een huwelijk, of een scheiding? Volgens Minister Kamp van Sociale Zaken verhuizen werkende mensen aan de lopende band. Er verhuizen zelfs mensen over hele lange afstanden voor werk, zie de 350.000  Oost-Europeanen die naar ons land toe komen vanwege werk. Dus waarom zouden we dat dan niet van uitkeringstrekkers eisen? Aldus Minister Kamp bij Pauw & Witteman. Nu weet ik niet waar hij het vandaan haalt en hoe het met de kennis zit van zijn ambtenaren omtrent de cijfers van het aantal verhuizingen in ons land en verhuismotieven, maar hij draait zoals gewoonlijk weer als een hangende grammofoonplaat om de feiten en relevante vragen heen. En ondertussen stoïcijns blijven doorpraten en vooral blijven glimlachen! Op twitter leverde de uitspraken van Kamp de nodige consternatie op.

Minister Kamp was donderdagavond 15 december te gast bij het Tv-programma Pauw & WittemanHier kunt u het fragment bekijken. Na wat heen en weer gepraat over bezuinigingen en hervormingen komt het voorstel van Minister Kamp van Sociale Zaken aan de orde om werklozen verplicht te laten verhuizen voor een baan. Verhuizen ze niet, dan zullen ze worden gekort. Kamp stelt : “werkenden verhuizen aan de lopende band”,  dus waarom zouden we dat niet van werklozen kunnen verwachten? Op vragen als:  “hoe zit het dan met werkende partners” gaat Kamp niet in. Het wordt nog ridiculer als hij stelt dat veel Midden- en Oost- Europeanen naar ons land verhuizen voor een baan. Witteman geeft gelukkig goed weerwoord en zegt dat we hun situatie niet met die van ons kunnen vergelijken. Over het plan van Kamp om werklozen te verplichten te verhuizen en op vragen van P&W over hoe het dan zit met de partner, zegt Witteman : “u bent minister van Sociale zaken dus u moet toch oog hebben voor de sociale kant er van….” Hier zou Kamp stil moeten vallen, maar nee, hij ratelt maar door en zegt dat hij zich afvraagt hoe het gaat met de partner van al die mensen die werken en verhuizen.

Jammer dat de redactie van Pauw & Witteman zich niet wat beter had voorbereid, dan zouden ze de boude stellingen van Henk Kamp met feiten – cijfers – kunnen weerspreken. Laten we de uitspraak : “werkenden verhuizen aan de lopende band” van Kamp eens onder de loep nemen. Hoeveel mensen verhuizen er eigenlijk vanwege een baan? Daarover vinden we meer informatie in het rapport “Het Wonen Overwogen; de resultaten van het WoonOnderzoek Nederland 2009”(1). Maar eerst iets over het aantal verhuizingen in ons land. Gemiddeld verhuizen we zeven keer gedurende ons leven. Op een doorsnee dag verhuizen er 4.356 personen (CBS, 2011). Volgens gegevens van het CBS zijn er in 2010 bijna 1,5 miljoen personen verhuisd, 33.000 minder dan het jaar ervoor. Ook in 2009 was het aantal verhuizingen overigens al afgenomen. Volgens het CBS hangt de daling samen met de economische crisis en de situatie in de huizenmarkt. Over de verhuismotieven vinden we meer in het eerder genoemde rapport “Het Wonen Overwogen”.

Uit bovenstaande figuur blijkt dat slechts ca. 5% van het aantal huishoudens dat de afgelopen twee jaar is verhuisd (2006-2009) vanwege werk. Dus hoezo, werkende mensen verhuizen aan de lopende band? Redenen om te verhuizen zijn gerelateerd aan de levensfase waarin men zich bevindt. Er zijn drie leeftijdscategorieën te onderscheiden. De jonge, “dynamische twintigers en dertigers” verhuizen vooral vanwege samenwonen, gezinsuitbreiding, studie of werk. Veertigers en vijftigers verhuizen met name vanwege de woning, de woonomgeving of door een (echt-)scheiding. Een scheiding is bij huishoudens tussen de 45 en 55 jaar zelfs de belangrijkste reden om te verhuizen. Ouderen (vanaf 60 jaar) hebben weer andere motieven, zoals gezondheidsredenen en/of de nabijheid van familie/vrienden. Over het algemeen blijkt tevens dat de meeste mensen niet over al te lange afstanden willen verhuizen. Zeven op de tien woningzoekenden geven aan dat de volgende woning zeker in dezelfde woonplaats moet liggen. Vier op de tien zoekt hun woning zelfs in hun eigen wijk.

De verklaring voor dit honkvaste gedrag is te vinden in de sociale binding; contacten die leden van het huishouden hebben met familie en vrienden. Ook de relaties met nabijgelegen werk- of studieplekken en de school van de kinderen zorgen ervoor dat mensen liever dichtbij hun oude woonomgeving blijven.

De meeste verhuizingen vinden dus niet plaats vanwege een (andere) baan. Of werkende mensen eerder bereid zijn tot verhuizen dan de niet-werkende mensen, daar hebben we helaas geen gegevens over. We weten wél wat de verhuisbereidheid is van de beroepsbevolking. Uit een in 2010 gehouden Arbeidsmarkt Gedragsonderzoek (AGO) in Nederland, blijkt dat minder werknemers bereid zijn te verhuizen voor hun werkgever.

In 2010 was 34 procent van de Nederlandse beroepsbevolking bereid te verhuizen naar een andere provincie voor een (nieuwe) baan. Dit percentage lag in 2007 nog op 44 procent. Ten opzichte van 2007 betekent dit een daling van 23 procent. Een ontwikkeling die o.a. aansluit bij de op slot zittende huizenmarkt in Nederland en het groeiende belang van regionale arbeidsmarkten.

De bereidheid om te migreren voor een (andere) baan is eveneens gedaald. In 2010 is ca. 10% bereid om naar een ander land te verhuizen voor een (nieuwe) baan, terwijl dit in 2007 nog 16% was. Dit zegt dus nog niets over het aantal gerealiseerde verhuizingen naar het buitenland vanwege een baan. Slechts één van de honderd mensen in ons land die aangeven wel te willen verhuizen naar het buitenland, realiseren dit door de spullen in te pakken en de stap te nemen.

In 2010 publiceerde het CBS een artikel over de mobiliteit van werkend Nederland. Helaas zijn de gegevens waarop het artikel is gebaseerd afkomstig uit de jaren 2003 en 2004. In 2003 hadden ruim 3,29 miljoen Nederlanders een volledige baan. Een jaar later had nog 86 procent dezelfde baan en woonde ook nog in hetzelfde huis. Bijna 5 procent had een andere baan en ruim 8 procent was verhuisd. Slechts 0,8 procent  verwisselden zowel van baan als huis. Ook uit dit onderzoek blijkt dat jongeren (15-24 jaar) mobieler zijn, wat veranderen van baan, van woning, en van woning én baan betreft.

Het aandeel werkenden dat naar een andere baan gaat, daalt naar mate de leeftijd stijgt. Voor jongeren tussen de 15 en de 24 jaar ligt het percentage job-hoppers op bijna 11 procent, terwijl van de 55-plussers nog maar 1,9 procent van baan wisselt. Ook verhuizen jongeren vaker. Ruim 17 procent van de jongeren zoekt en vindt een nieuwe woonruimte, tegen 2,9 procent van de ouderen. Het hoger percentage bij de jongeren komt omdat ze het ouderlijk huis verlaten of na hun studie verhuizen. Van degene die zowel een nieuwe baan aannam als een nieuwe woning betrok, behoorde 2,6 procent tot de jeugdigen en slechts 0,1 procent tot de mensen aan het eind van hun loopbaan.

Werkend Nederland verhuist dus helemaal niet zoveel! Qua reistijd is werkend Nederland ook niet zo mobiel: een te lange reistijd is voor zes op de tien personen uit de (potentiële) Nederlandse beroepsbevolking de nummer één reden om niet voor een werkgever te kiezen. En eigenlijk is dat ook wel logisch. Je bent tegenwoordig al best veel tijd kwijt om van A naar B te komen en dat neemt de komende jaren toe, zo blijkt uit de Mobiliteitsbalans 2010. In 2015 zullen we over een reis van 60 minuten, 80 minuten gaan doen.

Samenvattend:
Er verhuizen jaarlijks circa 10% inwoners van ons land. Slechts een klein deel van het aantal huishoudens dat verhuist, 5%, vertrekt naar een andere woning vanwege werk. Dit getal kan natuurlijk per jaar variëren. Het zijn met name jongere, dynamische twintigers en dertigers die verhuizen vanwege een baan (of studie).  Uit onderzoek blijkt dat de beroepsbevolking in steeds mindere mate bereid is te verhuizen voor een andere baan. Bereidheid om te verhuizen zegt echter nog niets over daadwerkelijke verhuizing vanwege een (nieuwe) baan. We zien bijvoorbeeld dat slechts één van de honderd mensen in ons land die aangeven wel te willen verhuizen naar het buitenland, dit realiseren door de spullen in te pakken en de stap te nemen. Uit gegevens van 2003 en 2004 komt naar voren dat van werkend Nederland ruim 8% is verhuisd. Maar slechts 0,8% verwisselden zowel van baan als van huis in dat jaar. Kortom: werkend Nederland verhuist helemaal niet “aan de lopende band”!

Minister Kamp had beter moeten weten, aangezien hij enkele jaren geleden minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer was en de gegevens van de Woon-Onderzoeken destijds ook moet hebben gekend. Bovendien moet hij contacten hebben met de huidige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die nu de verantwoordelijke minister is van de afdeling ‘Wonen’. Waarschijnlijk heeft Kamp al die tijd voor zich uit zitten staren!

Hoe zit het met Het Nieuwe Werken eigenlijk? Straks is verhuizen niet meer nodig en kan je vanuit elke plek je werk doen. Maar dit geldt natuurlijk niet voor elk soort werk. In ieder geval lijkt mij dat Kamp zich ook eens op het Nieuwe Werken zal moeten oriënteren. Het Nieuwe Werken dus!

Tenslotte nog even iets over het aantal Oost-Europeanen dat naar ons land verhuist voor werk. Kamp denkt dat Oost-Europeanen kennelijk altijd een baan hebben en zullen blijven verhuizen, als ze maar een baan hebben. Nu blijkt echter dat ook Oost-Europeanen werkloos raken. Het aantal Oost-Europeanen met een Nederlandse uitkering is zelfs veel hoger dan gedacht werd. Zo lees ik in een artikel in de Volkskrant op donderdag 22 december 2011. Wie deelde dit mede aan de Tweede Kamer? Ah, minister Henk Kamp van Sociale Zaken. Had hij dit ook niet even kunnen vermelden tijdens het interview bij Pauw & Witteman? Op dit moment ontvangen 12.000 Oost-Europeanen een uitkering, hiervan zitten er ca. 3.200 in de bijstand en ruim 2.500 in de WW. Zo’n 1.400 personen krijgen een uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Er zijn 4.400 Oost-Europeanen die AOW ontvangen of een uitkering volgens de Nabestaandenwet. Wat kunnen we hieruit concluderen?  Ook mensen die (verre) afstanden afleggen en dus verhuizen vanwege het werk (bijvoorbeeld een nieuwe baan), worden werkloos. En de ontwikkeling van de laatste jaren dat steeds meer mensen een tijdelijk contract krijgen en dat de arbeidsmarkt steeds flexibeler wordt, zullen mensen er ook niet snel toe verleiden om te verhuizen voor een nieuw arbeidscontract bij een andere werkgever van een half jaar. Zeker niet als de woningmarkt op slot zit. En hoe zit het met de verantwoordelijkheid van werkgevers om werklozen aan te nemen? Daar heeft Kamp het ook niet over.

Het wordt tijd dat Kamp zijn hangende grammofoonplaat uitzet en zich echt eens gaat verdiepen in de feiten in plaats van de werkelijkheid ons anders voor te spiegelen!  En wat te zeggen van werkgevers die aan de lopende band mensen ontslaan bij de minste of geringste tegenslag?

(1). Het WoON is een onderzoek naar de woonwensen van Nederlanders. In 2009 is het WoON voor het laatst gehouden. In 2012 zal een nieuw onderzoek gepresenteerd worden. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en het CBS zijn bezig om het WoON 2012 voor te bereiden.

Culturele zondag in Utrecht : Utrecht danst!


Utrecht Danst! Culturele Zondag, 29 mei 2011 was een zeer geslaagd evenement. Niet voor niets is de stad Utrecht in de prijzen gevallen voor Evenementenstad van het jaar. Utreg mien stoadsie werd door de jury getypeerd als “stad met een consistent evenementenbeleid waar het culturele beleven continu vernieuwd wordt”. Drie Utrechtse evenementen, te weten Le Guess Who, In Vervoering en de Culturele Zondag Utrecht Danst vielen eveneens in de prijzen. Dit jaar komt het evenement Utrecht Danst denk ik weer in aanmerking voor een prijs, want het was wederom een erg bijzondere dag om mee te maken. Je kon op allerlei leuke en mooie plekjes in het centrum dansvoorstellingen bekijken. En denk niet bij dans aan the danceparade zoals de stad Rotterdam die kent, met muziek waarbij je even de oren dicht moet doen als de deelnemers voorbij denderen, nee, bij dans moet je denken aan bijzondere dansvoorstellingen, aan dancing with romancing, aan dansen waarbij kinderen het ook leuk hebben, aan dansen voor verschillende soorten ‘mansen”. Sorry maar het moest rijmen dus voor mansen moet je mensen even in de plaats zetten. Bijzondere dansen dus. Een speciale dansvoorstelling was te vinden in het Pandhof Sinte Marie. Dit was hét plekje voor een dansvoorstelling zonder veel beweging, met aparte muziek. De dansvoorstelling was gemaakt door Dansimprovisatie Utrecht (DIU), en was getiteld: “Maria”.

Er was ook een kleurrijke dansparade door de straten van de Utrechtse binnenstad, die verschillende locaties met elkaar verbond. Afrikaanse dans, Oriëntaalse dans (buikdansen), Brazilliaanse dans, streetdansers, een brassband, kortom, je kon je met van alles en nog wat vermaken als je door de binnenstad wandelde. Bij het Domplein, het hoofdpodium, kon het publiek swingen.  Ook werd dans ingezet voor het goede doel: om 16.00 uur startte Touchée Dance Company een dansmarathon waarin non-stop gedanst werd voor War Child. Burgemeester Aleid Wolfsen verdubbelde namens de Gemeente Utrecht het bedrag. Het eindbedrag dat aan War Child werd overhandigd was €10.400,-.

Er kwamen ongeveer 32.000 bezoekers naar het evenement volgens de website van het evenement Culturele Zondagen in Utrecht.

afrikaanse dans