Henk Kamp de hangende grammofoonplaat : “werkende mensen verhuizen aan de lopende band”

Henk Kamp de Grote

Gij nutteloze!

Bent u wel eens vanwege uw werk verhuisd? Of verhuist u – als u verhuist -  omdat u op zoek bent naar een mooiere woning en woonomgeving, dan wel vanwege privé-omstandigheden, zoals een huwelijk, of een scheiding? Volgens Minister Kamp van Sociale Zaken verhuizen werkende mensen aan de lopende band. Er verhuizen zelfs mensen over hele lange afstanden voor werk, zie de 350.000  Oost-Europeanen die naar ons land toe komen vanwege werk. Dus waarom zouden we dat dan niet van uitkeringstrekkers eisen? Aldus Minister Kamp bij Pauw & Witteman. Nu weet ik niet waar hij het vandaan haalt en hoe het met de kennis zit van zijn ambtenaren omtrent de cijfers van het aantal verhuizingen in ons land en verhuismotieven, maar hij draait zoals gewoonlijk weer als een hangende grammofoonplaat om de feiten en relevante vragen heen. En ondertussen stoïcijns blijven doorpraten en vooral blijven glimlachen! Op twitter leverde de uitspraken van Kamp de nodige consternatie op.

Minister Kamp was donderdagavond 15 december te gast bij het Tv-programma Pauw & WittemanHier kunt u het fragment bekijken. Na wat heen en weer gepraat over bezuinigingen en hervormingen komt het voorstel van Minister Kamp van Sociale Zaken aan de orde om werklozen verplicht te laten verhuizen voor een baan. Verhuizen ze niet, dan zullen ze worden gekort. Kamp stelt : “werkenden verhuizen aan de lopende band”,  dus waarom zouden we dat niet van werklozen kunnen verwachten? Op vragen als:  “hoe zit het dan met werkende partners” gaat Kamp niet in. Het wordt nog ridiculer als hij stelt dat veel Midden- en Oost- Europeanen naar ons land verhuizen voor een baan. Witteman geeft gelukkig goed weerwoord en zegt dat we hun situatie niet met die van ons kunnen vergelijken. Over het plan van Kamp om werklozen te verplichten te verhuizen en op vragen van P&W over hoe het dan zit met de partner, zegt Witteman : “u bent minister van Sociale zaken dus u moet toch oog hebben voor de sociale kant er van….” Hier zou Kamp stil moeten vallen, maar nee, hij ratelt maar door en zegt dat hij zich afvraagt hoe het gaat met de partner van al die mensen die werken en verhuizen.

Jammer dat de redactie van Pauw & Witteman zich niet wat beter had voorbereid, dan zouden ze de boude stellingen van Henk Kamp met feiten – cijfers – kunnen weerspreken. Laten we de uitspraak : “werkenden verhuizen aan de lopende band” van Kamp eens onder de loep nemen. Hoeveel mensen verhuizen er eigenlijk vanwege een baan? Daarover vinden we meer informatie in het rapport “Het Wonen Overwogen; de resultaten van het WoonOnderzoek Nederland 2009”(1). Maar eerst iets over het aantal verhuizingen in ons land. Gemiddeld verhuizen we zeven keer gedurende ons leven. Op een doorsnee dag verhuizen er 4.356 personen (CBS, 2011). Volgens gegevens van het CBS zijn er in 2010 bijna 1,5 miljoen personen verhuisd, 33.000 minder dan het jaar ervoor. Ook in 2009 was het aantal verhuizingen overigens al afgenomen. Volgens het CBS hangt de daling samen met de economische crisis en de situatie in de huizenmarkt. Over de verhuismotieven vinden we meer in het eerder genoemde rapport “Het Wonen Overwogen”.

Uit bovenstaande figuur blijkt dat slechts ca. 5% van het aantal huishoudens dat de afgelopen twee jaar is verhuisd (2006-2009) vanwege werk. Dus hoezo, werkende mensen verhuizen aan de lopende band? Redenen om te verhuizen zijn gerelateerd aan de levensfase waarin men zich bevindt. Er zijn drie leeftijdscategorieën te onderscheiden. De jonge, “dynamische twintigers en dertigers” verhuizen vooral vanwege samenwonen, gezinsuitbreiding, studie of werk. Veertigers en vijftigers verhuizen met name vanwege de woning, de woonomgeving of door een (echt-)scheiding. Een scheiding is bij huishoudens tussen de 45 en 55 jaar zelfs de belangrijkste reden om te verhuizen. Ouderen (vanaf 60 jaar) hebben weer andere motieven, zoals gezondheidsredenen en/of de nabijheid van familie/vrienden. Over het algemeen blijkt tevens dat de meeste mensen niet over al te lange afstanden willen verhuizen. Zeven op de tien woningzoekenden geven aan dat de volgende woning zeker in dezelfde woonplaats moet liggen. Vier op de tien zoekt hun woning zelfs in hun eigen wijk.

De verklaring voor dit honkvaste gedrag is te vinden in de sociale binding; contacten die leden van het huishouden hebben met familie en vrienden. Ook de relaties met nabijgelegen werk- of studieplekken en de school van de kinderen zorgen ervoor dat mensen liever dichtbij hun oude woonomgeving blijven.

De meeste verhuizingen vinden dus niet plaats vanwege een (andere) baan. Of werkende mensen eerder bereid zijn tot verhuizen dan de niet-werkende mensen, daar hebben we helaas geen gegevens over. We weten wél wat de verhuisbereidheid is van de beroepsbevolking. Uit een in 2010 gehouden Arbeidsmarkt Gedragsonderzoek (AGO) in Nederland, blijkt dat minder werknemers bereid zijn te verhuizen voor hun werkgever.

In 2010 was 34 procent van de Nederlandse beroepsbevolking bereid te verhuizen naar een andere provincie voor een (nieuwe) baan. Dit percentage lag in 2007 nog op 44 procent. Ten opzichte van 2007 betekent dit een daling van 23 procent. Een ontwikkeling die o.a. aansluit bij de op slot zittende huizenmarkt in Nederland en het groeiende belang van regionale arbeidsmarkten.

De bereidheid om te migreren voor een (andere) baan is eveneens gedaald. In 2010 is ca. 10% bereid om naar een ander land te verhuizen voor een (nieuwe) baan, terwijl dit in 2007 nog 16% was. Dit zegt dus nog niets over het aantal gerealiseerde verhuizingen naar het buitenland vanwege een baan. Slechts één van de honderd mensen in ons land die aangeven wel te willen verhuizen naar het buitenland, realiseren dit door de spullen in te pakken en de stap te nemen.

In 2010 publiceerde het CBS een artikel over de mobiliteit van werkend Nederland. Helaas zijn de gegevens waarop het artikel is gebaseerd afkomstig uit de jaren 2003 en 2004. In 2003 hadden ruim 3,29 miljoen Nederlanders een volledige baan. Een jaar later had nog 86 procent dezelfde baan en woonde ook nog in hetzelfde huis. Bijna 5 procent had een andere baan en ruim 8 procent was verhuisd. Slechts 0,8 procent  verwisselden zowel van baan als huis. Ook uit dit onderzoek blijkt dat jongeren (15-24 jaar) mobieler zijn, wat veranderen van baan, van woning, en van woning én baan betreft.

Het aandeel werkenden dat naar een andere baan gaat, daalt naar mate de leeftijd stijgt. Voor jongeren tussen de 15 en de 24 jaar ligt het percentage job-hoppers op bijna 11 procent, terwijl van de 55-plussers nog maar 1,9 procent van baan wisselt. Ook verhuizen jongeren vaker. Ruim 17 procent van de jongeren zoekt en vindt een nieuwe woonruimte, tegen 2,9 procent van de ouderen. Het hoger percentage bij de jongeren komt omdat ze het ouderlijk huis verlaten of na hun studie verhuizen. Van degene die zowel een nieuwe baan aannam als een nieuwe woning betrok, behoorde 2,6 procent tot de jeugdigen en slechts 0,1 procent tot de mensen aan het eind van hun loopbaan.

Werkend Nederland verhuist dus helemaal niet zoveel! Qua reistijd is werkend Nederland ook niet zo mobiel: een te lange reistijd is voor zes op de tien personen uit de (potentiële) Nederlandse beroepsbevolking de nummer één reden om niet voor een werkgever te kiezen. En eigenlijk is dat ook wel logisch. Je bent tegenwoordig al best veel tijd kwijt om van A naar B te komen en dat neemt de komende jaren toe, zo blijkt uit de Mobiliteitsbalans 2010. In 2015 zullen we over een reis van 60 minuten, 80 minuten gaan doen.

Samenvattend:
Er verhuizen jaarlijks circa 10% inwoners van ons land. Slechts een klein deel van het aantal huishoudens dat verhuist, 5%, vertrekt naar een andere woning vanwege werk. Dit getal kan natuurlijk per jaar variëren. Het zijn met name jongere, dynamische twintigers en dertigers die verhuizen vanwege een baan (of studie).  Uit onderzoek blijkt dat de beroepsbevolking in steeds mindere mate bereid is te verhuizen voor een andere baan. Bereidheid om te verhuizen zegt echter nog niets over daadwerkelijke verhuizing vanwege een (nieuwe) baan. We zien bijvoorbeeld dat slechts één van de honderd mensen in ons land die aangeven wel te willen verhuizen naar het buitenland, dit realiseren door de spullen in te pakken en de stap te nemen. Uit gegevens van 2003 en 2004 komt naar voren dat van werkend Nederland ruim 8% is verhuisd. Maar slechts 0,8% verwisselden zowel van baan als van huis in dat jaar. Kortom: werkend Nederland verhuist helemaal niet “aan de lopende band”!

Minister Kamp had beter moeten weten, aangezien hij enkele jaren geleden minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer was en de gegevens van de Woon-Onderzoeken destijds ook moet hebben gekend. Bovendien moet hij contacten hebben met de huidige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die nu de verantwoordelijke minister is van de afdeling ‘Wonen’. Waarschijnlijk heeft Kamp al die tijd voor zich uit zitten staren!

Hoe zit het met Het Nieuwe Werken eigenlijk? Straks is verhuizen niet meer nodig en kan je vanuit elke plek je werk doen. Maar dit geldt natuurlijk niet voor elk soort werk. In ieder geval lijkt mij dat Kamp zich ook eens op het Nieuwe Werken zal moeten oriënteren. Het Nieuwe Werken dus!

Tenslotte nog even iets over het aantal Oost-Europeanen dat naar ons land verhuist voor werk. Kamp denkt dat Oost-Europeanen kennelijk altijd een baan hebben en zullen blijven verhuizen, als ze maar een baan hebben. Nu blijkt echter dat ook Oost-Europeanen werkloos raken. Het aantal Oost-Europeanen met een Nederlandse uitkering is zelfs veel hoger dan gedacht werd. Zo lees ik in een artikel in de Volkskrant op donderdag 22 december 2011. Wie deelde dit mede aan de Tweede Kamer? Ah, minister Henk Kamp van Sociale Zaken. Had hij dit ook niet even kunnen vermelden tijdens het interview bij Pauw & Witteman? Op dit moment ontvangen 12.000 Oost-Europeanen een uitkering, hiervan zitten er ca. 3.200 in de bijstand en ruim 2.500 in de WW. Zo’n 1.400 personen krijgen een uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Er zijn 4.400 Oost-Europeanen die AOW ontvangen of een uitkering volgens de Nabestaandenwet. Wat kunnen we hieruit concluderen?  Ook mensen die (verre) afstanden afleggen en dus verhuizen vanwege het werk (bijvoorbeeld een nieuwe baan), worden werkloos. En de ontwikkeling van de laatste jaren dat steeds meer mensen een tijdelijk contract krijgen en dat de arbeidsmarkt steeds flexibeler wordt, zullen mensen er ook niet snel toe verleiden om te verhuizen voor een nieuw arbeidscontract bij een andere werkgever van een half jaar. Zeker niet als de woningmarkt op slot zit. En hoe zit het met de verantwoordelijkheid van werkgevers om werklozen aan te nemen? Daar heeft Kamp het ook niet over.

Het wordt tijd dat Kamp zijn hangende grammofoonplaat uitzet en zich echt eens gaat verdiepen in de feiten in plaats van de werkelijkheid ons anders voor te spiegelen!  En wat te zeggen van werkgevers die aan de lopende band mensen ontslaan bij de minste of geringste tegenslag?

(1). Het WoON is een onderzoek naar de woonwensen van Nederlanders. In 2009 is het WoON voor het laatst gehouden. In 2012 zal een nieuw onderzoek gepresenteerd worden. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en het CBS zijn bezig om het WoON 2012 voor te bereiden.

Culturele zondag in Utrecht : Utrecht danst!

Utrecht Danst! Culturele Zondag, 29 mei 2011 was een zeer geslaagd evenement. Niet voor niets is de stad Utrecht in de prijzen gevallen voor Evenementenstad van het jaar. Utreg mien stoadsie werd door de jury getypeerd als “stad met een consistent evenementenbeleid waar het culturele beleven continu vernieuwd wordt”. Drie Utrechtse evenementen, te weten Le Guess Who, In Vervoering en de Culturele Zondag Utrecht Danst vielen eveneens in de prijzen. Dit jaar komt het evenement Utrecht Danst denk ik weer in aanmerking voor een prijs, want het was wederom een erg bijzondere dag om mee te maken. Je kon op allerlei leuke en mooie plekjes in het centrum dansvoorstellingen bekijken. En denk niet bij dans aan the danceparade zoals de stad Rotterdam die kent, met muziek waarbij je even de oren dicht moet doen als de deelnemers voorbij denderen, nee, bij dans moet je denken aan bijzondere dansvoorstellingen, aan dancing with romancing, aan dansen waarbij kinderen het ook leuk hebben, aan dansen voor verschillende soorten ‘mansen”. Sorry maar het moest rijmen dus voor mansen moet je mensen even in de plaats zetten. Bijzondere dansen dus. Een speciale dansvoorstelling was te vinden in het Pandhof Sinte Marie. Dit was hét plekje voor een dansvoorstelling zonder veel beweging, met aparte muziek. De dansvoorstelling was gemaakt door Dansimprovisatie Utrecht (DIU), en was getiteld: “Maria”.

Er was ook een kleurrijke dansparade door de straten van de Utrechtse binnenstad, die verschillende locaties met elkaar verbond. Afrikaanse dans, Oriëntaalse dans (buikdansen), Brazilliaanse dans, streetdansers, een brassband, kortom, je kon je met van alles en nog wat vermaken als je door de binnenstad wandelde. Bij het Domplein, het hoofdpodium, kon het publiek swingen.  Ook werd dans ingezet voor het goede doel: om 16.00 uur startte Touchée Dance Company een dansmarathon waarin non-stop gedanst werd voor War Child. Burgemeester Aleid Wolfsen verdubbelde namens de Gemeente Utrecht het bedrag. Het eindbedrag dat aan War Child werd overhandigd was €10.400,-.

Er kwamen ongeveer 32.000 bezoekers naar het evenement volgens de website van het evenement Culturele Zondagen in Utrecht.

afrikaanse dans

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Bevrijdingsdag Utrecht Lombok, en enkele wachtenden voor Park Transwijk festivalterrein



Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Dodenherdenking Utrecht, Domplein

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Natuurbeleid Kabinet Rutte : Ruim baan voor de Verstening van ons land!

Kromme Rijn

Denkend aan Holland
zie ik breede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,

Zo zag de bekende dichter Hendrik Marsman ons land in het jaar 1936. Na die tijd is er veel veranderd aan het landschap van het land van de “breede rivieren” en van de “rijen ondenkbaar ijle populieren” die als “hooge pluimen aan den einder staan”. Veel natuur verdween in ons land, de kwaliteit van de natuur verslechterde bovendien. Door beleid gericht op verbetering van de natuur is er de laatste jaren wel enige winst geboekt, maar de geplande bezuinigingen op het natuur- en landschapsbeleid en andere activiteiten (extra en versnelde aanleg van snelwegen) van Kabinet Rutte en de gedoogsteun van de PVV brengen de natuur in ons land weer terug naar af. Van het land van de breede rivieren, naar een land van brede autobanen die onstuitbaar door oneindig steenland gaan. De bezuinigingen zullen een verdere verslechtering van de natuurkwalitet en de leefomstandigheden voor planten- en diersoorten tot gevolg hebben. ‘Vierentwintig bijzondere planten- en diersoorten worden bedreigd’.

Was er in het jaar 1900 in ons land nog 876.000 hectare aan natuurgebied, in 1989 was daar nog maar ongeveer de helft van aanwezig (448.000 hectare). Door o.a. verstedelijking en landbouw is veel natuur uit ons land verdwenen. Ook de kwaliteit van de natuur is sterk verminderd, van 55% is deze teruggelopen naar 18%. Dit verlies aan kwaliteit komt o.a. tot uiting in het verlies aan biodiversiteit. Ruim een derde van alle bekende soorten wordt met uitsterven bedreigd. De mondiale biodiversiteit is gedaald tot 70% van wat het oorspronkelijk was en de Nederlandse biodiversiteit is nog verder gedaald, tot maar liefst 15% van wat het was. Het verlies aan biodiversiteit is daarmee aanzienlijk groter dan elders in Europa en de wereld.

De belangrijkste oorzaken voor biodiversiteitverlies zijn vernietiging van leefgebied, versnippering, te hoge stikstofdepositie en klimaatverandering. Landbouwgebieden verliezen biodiversiteit door intensivering en verlies aan landbouwgrond ten gevolge van verstedelijking. Denk aan het verlies van biodiversiteit bijvoorbeeld aan de weidevogels die bedreigd worden, het verlies aan vlindersoorten en al die andere soorten van flora en fauna die ons land rijk is en die bedreigd worden of al verdwenen zijn. Gelukkig komen er wel weer soorten terug, of er komen zelfs hele nieuwe soorten bij. Bijvoorbeeld omdat soorten met de mens zijn meegereisd (exoten) of omdat soorten verhuizen als gevolg van de klimaatverandering. Sommige exoten blijken zich hier zo goed thuis te voelen dat zij de oorspronkelijk aanwezige soorten verdringen.

Biodiversiteit is van levensbelang, het is de levensverzekering van soorten en ecosystemen. Het zorgt ook voor klimaatregulering en waterzuivering. Het jaar 2010 was door de Verenigde Naties zelfs uitgeroepen tot Internationaal jaar van de biodiversiteit.

Noord IJsseldijk fietsbrug over de Hollandse IJssel

Een belangrijke maatregel om het verlies aan natuur tegen te gaan, is de Ecologische Hoofdstructuur. Ongeveer twintig jaar geleden heeft men besloten om dit samenhangend netwerk van belangrijke natuurgebieden te creëren. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) heeft als doel om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspeiden over meer gebieden. Hierdoor zijn deze gebieden beter bestand tegen negatieve milieu-invloeden. In grotere natuurgebieden kunnen bovendien meer soorten planten en dieren leven.

De EHS bestaat uit:

*bestaande natuurgebieden en nieuwe natuurgebieden, reservaten;

*natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen;

*landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden);

*grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee).

De EHS moet in 2018 klaar zijn; in totaal gaat het om 728.000 hectare natuur. Dat is gelijk aan ongeveer 17,5% van de totale oppervlakte van Nederland.

Het idee achter de EHS stamt uit de theorie van de “Eilandbiogeografie”: er is een verband tussen de soortenrijkdom (biodiversiteit) van een eiland en de combinatie van de oppervlakte van dat eiland en de afstand van dat eiland tot het vasteland. Deze eilandtheorie is van toepassing voor natuurgebieden op het vasteland, aangezien de natuurgebieden veelal geïsoleerde eilandjes zijn “in een zee van in cultuur gebracht gebied, waar veel soorten niet kunnen overleven”.

(bron: publiek geheim; het succes van de EHS).

De eerste successen van de EHS zijn inmiddels geboekt. Zo kun je constateren dat in verschillende aaneengesloten natuurgebieden sprake is van een grotere biodiversiteit.

Het is niet alleen de natuur die van het netwerk van natuurgebieden profiteert, ook de mens heeft baat bij de EHS in velerlei opzicht: de EHS geeft de mogelijkheid om te recreëren, brengt wat gezondheid en welzijn betreft gunstige effecten teweeg, en de EHS levert ook geld en banen op door het bezoek van toeristen en recreanten aan de gebieden. De EHS is daarmee in economisch opzicht een goede investering. Last but not least biedt de EHS ook een buffer tegen klimaatverandering.

Op dit moment is ongeveer 600.000 hectare EHS in beheer. Maar we zijn er nog lang niet. Het proces verloopt te langzaam, en de EHS die nu ontstaat biedt niet de oplossing voor het probleem van de versnippering.

Een jaar geleden was al bekend dat er een tekort aan geld was om de EHS af te ronden. In verband met de verkiezingen in juni vorig jaar, kreeg het continueren van het EHS project een politieke dimensie. Met de komst van Kabinet Rutte en de gedoogsteun van  de PVV is er wel zeer zwaar weer op komst voor de natuur. De regering stopt met de aanleg van nieuwe verbindingszones en gaat bekijken welke natuurontwikkelingsgebieden nog moeten worden aangekocht en ingericht. Ook Staatsbosbeheer, de organisatie die o.a. het beheer van de EHS-gebieden verzorgt, moet drastisch bezuinigen. Kleine gebieden worden zelfs verkocht. Op meer dan de helft (zo’n 60%) van het budget dat bestemd is voor de EHS wordt bezuinigd. Het zijn niet alleen de bezuinigingen op het natuur- en landschapsbeleid, maar ook de (versnelde) aanleg van extra (snel)wegen en de verhoging van de maximum snelheid naar 130 km per uur die de natuur in ons land geen goed zullen doen. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zullen de voorgenomen bezuinigingen van het Rijk op het natuur- en landschapsbeleid leiden tot een verdere verslechtering van de natuurkwaliteit en de leefomstandigheden voor planten- en diersoorten. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen verplichten Nederland om die achteruitgang te stoppen, aldus het PBL.

Er zijn overigens wel heel veel organisaties die zich bezighouden met de thema’s natuur, biodiversiteit en aanverwante onderwerpen. De vraag is wie zich nou waar mee bemoeit en in hoeverre al die organisaties bekendheid genieten in ons land. Kent u bijvoorbeeld de Taskforce Biodiversiteit? Er is dus sprake van niet alleen een versnippering van natuurgebieden maar ook een grote versnippering aan organisaties! Tweede Kamerlid voor GroenLinks Rik Grashoff pleitte onlangs op radio 1 voor één grote natuurorganisatie waarin bestaande organisaties als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer moeten opgaan. Zijn pleidooi is van toepassing voor de organisaties die aan natuurbeheer doen (en bescherming). Hij wil een soort van “Groene ANWB” oprichten. Een grote organisatie met veel leden kan als dam dienen tegen de bezuinigingen die het Kabinet Rutte van plan zijn en een grotere en betere vuist maken dan de huidige organisaties, aldus Grashoff.

Vandaag vindt er in de Tweede Kamer een debat plaats met Staatssecretaris Bleker over zijn natuurbeleid. Hoe de heer Bleker over natuur denkt wordt duidelijk in een interview op radio 1, tijdens het programma “Dit is de dag” van de EO. “Bezuinigen op de ecologische hoofdstructuur doe ik liever dan bezuinigen op de ouderenzorg, de thuiszorg en de verpleeghuiszorg.” “Ik wil nog wel wat simpele voorzieningen gaan treffen, maar geen driebaanssnelweg meer voor de otter en het edelhert. Dat wordt nu een smal paadje.” Kennelijk is hij vergeten dat meer natuur en een betere kwaliteit van natuur ook ten goede komt voor de gezondheid van de mensen! Volgens Bleker gaat het met de grutto nu goed mede dankzij het agrarisch beheer. Het is echter een bekend feit dat het met een aantal weidevogels, waaronder de grutto, nog steeds niet goed gaat.

Ook met het onderwerp klimaat slaat Bleker de plank mis, want hij is van mening dat dit een “ongewisse zaak”  is.

Een aantal hoogleraren stuurden onlangs een open brief aan Kabinet Rutte, waarin zij hun zorgen uiten over de drastische bezuinigingen op de natuur.

De draconische bezuinigingsmaatregelen op natuur leiden er toe dat wat in decennia is opgebouwd op zeer korte termijn teloor dreigt te gaan. Dit is niet alleen een enorme kapitaalsvernietiging, maar leidt ook tot een verslechtering van de leefkwaliteit voor mensen, planten en dieren. Wij willen met klem protesteren tegen deze aanslag op de natuur in Nederland, waarbij korte-termijn bezuinigingen gaan leiden tot langetermijnproblemen (‘penny wise – pound foolish’)“.

De hoogleraren verwijten het Kabinet Rutte geen visie te hebben op de kwetsbare natuur in ons land, op de kwaliteit van de leefomgeving en op de toekomst van de inrichting van ons land. Ze pleiten in de brief voor een stevige visie, “die leidt tot nieuwe impulsen en een duurzame koers”.  In de brief komen enkele onderdelen van zo’n visie aan de orde; de visie gaat verder dan biodiversiteit alleen en heeft ook betrekking op gezondheid, economie en recreatie.

Ze eindigen de brief met :

Overal op onze aardbol staat de natuur onder grote druk. Wat gaan we daar in de komende eeuw aan doen? Gaan we door met de aarde langzaam onleefbaar te maken, of veranderen we van visie en van koers? We kunnen niet de hele wereld veranderen, maar we kunnen wel onze verantwoordelijkheid nemen voor dat kleine stukje dat Nederland heet en dat, economisch crisis of niet, nog steeds een van de meest welvarende landen ter wereld is, waar mensen nog steeds graag willen wonen.

Wij roepen het kabinet Rutte-Verhagen daarom op om bezuinigingen zodanig uit te voeren dat de natuur in Nederland niet onevenredig belast wordt. Nederland heeft tot nu toe internationaal gezien een goede reputatie en voortrekkersrol op het gebied van natuurbeheer en natuurontwikkeling. Dat moet vooral zo blijven.

Bleker heeft al een antwoord gegeven op de brief van de hoogleraren. De hoogleraren leggen de verantwoordelijkheid voor de natuur in Nederland vrijwel geheel bij het Kabinet, stelt Bleker. Zijn ideaal is echter om de zorg voor natuur meer in handen te leggen van boeren, particulieren en ondernemers in het landelijk gebied. Bleker gaat in zijn antwoord voorbij aan het argument van de hoogleraren in de brief dat boeren en particulieren momenteel nauwelijks iets bijdragen aan de doelen van de Vogel- en de Habitatrichtlijnen. Als de regering dit wil verbeteren, kost dat extra geld, stellen de hoogleraren.

Bleker is zelfs op de vingers getikt door de Europese Commissie.

Laten we hopen dat Bleker zich iets zal gaan aantrekken van de open brief van de hoogleraren en dat het debat dat vandaag in de Tweede Kamer plaats vindt ook een positieve wijziging in het natuurbeleid van Kabinet Rutte tot gevolg zal hebben. Ik heb er echter een hard hoofd in. Dát wat we de afgelopen jaren hebben opgebouwd wordt door Kabinet Rutte en de gedoogsteun van de PVV, waarvan we allemaal weten dat deze partij geen enkele interesse heeft voor de natuur, en de klimaatproblematiek ontkent, weer afgebroken. Het landschap in ons land zal nog verder verstenen en verharden. Met alle gevolgen van dien.


Wat is natuur eigenlijk in ons land?


Een interessante visie is in dit artikel te lezen :


Een wei met koeien is geen natuur


Enkele citaten :


Natuurbeleid mag niet afhankelijk zijn van de richting waaruit de politieke wind waait, vindt Matthijs Schouten, ecoloog en strateeg van Staatsbosbeheer. “Natuur is van zichzelf en van ons allemaal. Laten we eerst afspreken wat we onder natuur verstaan, en daarna met elkaar een strategie uitzetten voor de lange termijn.”


Er staan op dit moment politici aan het roer die een koe in de wei of een bloeiend aardappelveld ook natuur noemen. Schouten bestrijdt dit. “De koe en de aardappel kunnen als organismen tot natuur gerekend worden; als systeem echter horen een wei met koeien en een aardappelveld niet bij de natuur, maar bij de cultuur. Door kunstmest en ontwatering komen er in het moderne boerenlandschap nauwelijks nog wilde planten- en diersoorten voor. In dit cultuurlandschap zijn de dominante planten en dieren – koeien, paarden, raaigras, maïs, aardappelen – er door de mens gekomen en niet spontaan. Zo’n gebied kan wel landschappelijke kwaliteit hebben maar de natuurwaarde is er gering.


“Wilde natuur heeft die waarde wel en halfnatuurlijke natuur vanwege haar grote biodiversiteit eveneens. Ook de politiek moet zich realiseren wat werkelijk natuurwaarde heeft. Ze kan zich er niet vanaf maken door te zeggen: een koe in de wei is ook natuur, dus als we die beschermen, hebben we onze taak gedaan. Net zomin als je het Rijksmuseum wel kunt opdoeken omdat je het werk van Marjolein Bastin ook kunst vindt.”


De vervreemding van de natuur neemt toe, ook al lopen we nog graag in een bos. Wat is dan nog onze relatie met de natuur en waarom moet ze worden beschermd en behouden?



Het gedicht “Geen Titel” is een anonieme persiflage op het gedicht van Marsman, Herinnering aan Holland.

Tekst en afbeeldingen door Helena