
Gij nutteloze!
Bent u wel eens vanwege uw werk verhuisd? Of verhuist u – als u verhuist - omdat u op zoek bent naar een mooiere woning en woonomgeving, dan wel vanwege privé-omstandigheden, zoals een huwelijk, of een scheiding? Volgens Minister Kamp van Sociale Zaken verhuizen werkende mensen aan de lopende band. Er verhuizen zelfs mensen over hele lange afstanden voor werk, zie de 350.000 Oost-Europeanen die naar ons land toe komen vanwege werk. Dus waarom zouden we dat dan niet van uitkeringstrekkers eisen? Aldus Minister Kamp bij Pauw & Witteman. Nu weet ik niet waar hij het vandaan haalt en hoe het met de kennis zit van zijn ambtenaren omtrent de cijfers van het aantal verhuizingen in ons land en verhuismotieven, maar hij draait zoals gewoonlijk weer als een hangende grammofoonplaat om de feiten en relevante vragen heen. En ondertussen stoïcijns blijven doorpraten en vooral blijven glimlachen! Op twitter leverde de uitspraken van Kamp de nodige consternatie op.
Minister Kamp was donderdagavond 15 december te gast bij het Tv-programma Pauw & Witteman. Hier kunt u het fragment bekijken. Na wat heen en weer gepraat over bezuinigingen en hervormingen komt het voorstel van Minister Kamp van Sociale Zaken aan de orde om werklozen verplicht te laten verhuizen voor een baan. Verhuizen ze niet, dan zullen ze worden gekort. Kamp stelt : “werkenden verhuizen aan de lopende band”, dus waarom zouden we dat niet van werklozen kunnen verwachten? Op vragen als: “hoe zit het dan met werkende partners” gaat Kamp niet in. Het wordt nog ridiculer als hij stelt dat veel Midden- en Oost- Europeanen naar ons land verhuizen voor een baan. Witteman geeft gelukkig goed weerwoord en zegt dat we hun situatie niet met die van ons kunnen vergelijken. Over het plan van Kamp om werklozen te verplichten te verhuizen en op vragen van P&W over hoe het dan zit met de partner, zegt Witteman : “u bent minister van Sociale zaken dus u moet toch oog hebben voor de sociale kant er van….” Hier zou Kamp stil moeten vallen, maar nee, hij ratelt maar door en zegt dat hij zich afvraagt hoe het gaat met de partner van al die mensen die werken en verhuizen.
Jammer dat de redactie van Pauw & Witteman zich niet wat beter had voorbereid, dan zouden ze de boude stellingen van Henk Kamp met feiten – cijfers – kunnen weerspreken. Laten we de uitspraak : “werkenden verhuizen aan de lopende band” van Kamp eens onder de loep nemen. Hoeveel mensen verhuizen er eigenlijk vanwege een baan? Daarover vinden we meer informatie in het rapport “Het Wonen Overwogen; de resultaten van het WoonOnderzoek Nederland 2009”(1). Maar eerst iets over het aantal verhuizingen in ons land. Gemiddeld verhuizen we zeven keer gedurende ons leven. Op een doorsnee dag verhuizen er 4.356 personen (CBS, 2011). Volgens gegevens van het CBS zijn er in 2010 bijna 1,5 miljoen personen verhuisd, 33.000 minder dan het jaar ervoor. Ook in 2009 was het aantal verhuizingen overigens al afgenomen. Volgens het CBS hangt de daling samen met de economische crisis en de situatie in de huizenmarkt. Over de verhuismotieven vinden we meer in het eerder genoemde rapport “Het Wonen Overwogen”.

Uit bovenstaande figuur blijkt dat slechts ca. 5% van het aantal huishoudens dat de afgelopen twee jaar is verhuisd (2006-2009) vanwege werk. Dus hoezo, werkende mensen verhuizen aan de lopende band? Redenen om te verhuizen zijn gerelateerd aan de levensfase waarin men zich bevindt. Er zijn drie leeftijdscategorieën te onderscheiden. De jonge, “dynamische twintigers en dertigers” verhuizen vooral vanwege samenwonen, gezinsuitbreiding, studie of werk. Veertigers en vijftigers verhuizen met name vanwege de woning, de woonomgeving of door een (echt-)scheiding. Een scheiding is bij huishoudens tussen de 45 en 55 jaar zelfs de belangrijkste reden om te verhuizen. Ouderen (vanaf 60 jaar) hebben weer andere motieven, zoals gezondheidsredenen en/of de nabijheid van familie/vrienden. Over het algemeen blijkt tevens dat de meeste mensen niet over al te lange afstanden willen verhuizen. Zeven op de tien woningzoekenden geven aan dat de volgende woning zeker in dezelfde woonplaats moet liggen. Vier op de tien zoekt hun woning zelfs in hun eigen wijk.
De verklaring voor dit honkvaste gedrag is te vinden in de sociale binding; contacten die leden van het huishouden hebben met familie en vrienden. Ook de relaties met nabijgelegen werk- of studieplekken en de school van de kinderen zorgen ervoor dat mensen liever dichtbij hun oude woonomgeving blijven.
De meeste verhuizingen vinden dus niet plaats vanwege een (andere) baan. Of werkende mensen eerder bereid zijn tot verhuizen dan de niet-werkende mensen, daar hebben we helaas geen gegevens over. We weten wél wat de verhuisbereidheid is van de beroepsbevolking. Uit een in 2010 gehouden Arbeidsmarkt Gedragsonderzoek (AGO) in Nederland, blijkt dat minder werknemers bereid zijn te verhuizen voor hun werkgever.
In 2010 was 34 procent van de Nederlandse beroepsbevolking bereid te verhuizen naar een andere provincie voor een (nieuwe) baan. Dit percentage lag in 2007 nog op 44 procent. Ten opzichte van 2007 betekent dit een daling van 23 procent. Een ontwikkeling die o.a. aansluit bij de op slot zittende huizenmarkt in Nederland en het groeiende belang van regionale arbeidsmarkten.
De bereidheid om te migreren voor een (andere) baan is eveneens gedaald. In 2010 is ca. 10% bereid om naar een ander land te verhuizen voor een (nieuwe) baan, terwijl dit in 2007 nog 16% was. Dit zegt dus nog niets over het aantal gerealiseerde verhuizingen naar het buitenland vanwege een baan. Slechts één van de honderd mensen in ons land die aangeven wel te willen verhuizen naar het buitenland, realiseren dit door de spullen in te pakken en de stap te nemen.
In 2010 publiceerde het CBS een artikel over de mobiliteit van werkend Nederland. Helaas zijn de gegevens waarop het artikel is gebaseerd afkomstig uit de jaren 2003 en 2004. In 2003 hadden ruim 3,29 miljoen Nederlanders een volledige baan. Een jaar later had nog 86 procent dezelfde baan en woonde ook nog in hetzelfde huis. Bijna 5 procent had een andere baan en ruim 8 procent was verhuisd. Slechts 0,8 procent verwisselden zowel van baan als huis. Ook uit dit onderzoek blijkt dat jongeren (15-24 jaar) mobieler zijn, wat veranderen van baan, van woning, en van woning én baan betreft.
Het aandeel werkenden dat naar een andere baan gaat, daalt naar mate de leeftijd stijgt. Voor jongeren tussen de 15 en de 24 jaar ligt het percentage job-hoppers op bijna 11 procent, terwijl van de 55-plussers nog maar 1,9 procent van baan wisselt. Ook verhuizen jongeren vaker. Ruim 17 procent van de jongeren zoekt en vindt een nieuwe woonruimte, tegen 2,9 procent van de ouderen. Het hoger percentage bij de jongeren komt omdat ze het ouderlijk huis verlaten of na hun studie verhuizen. Van degene die zowel een nieuwe baan aannam als een nieuwe woning betrok, behoorde 2,6 procent tot de jeugdigen en slechts 0,1 procent tot de mensen aan het eind van hun loopbaan.
Werkend Nederland verhuist dus helemaal niet zoveel! Qua reistijd is werkend Nederland ook niet zo mobiel: een te lange reistijd is voor zes op de tien personen uit de (potentiële) Nederlandse beroepsbevolking de nummer één reden om niet voor een werkgever te kiezen. En eigenlijk is dat ook wel logisch. Je bent tegenwoordig al best veel tijd kwijt om van A naar B te komen en dat neemt de komende jaren toe, zo blijkt uit de Mobiliteitsbalans 2010. In 2015 zullen we over een reis van 60 minuten, 80 minuten gaan doen.
Samenvattend:
Er verhuizen jaarlijks circa 10% inwoners van ons land. Slechts een klein deel van het aantal huishoudens dat verhuist, 5%, vertrekt naar een andere woning vanwege werk. Dit getal kan natuurlijk per jaar variëren. Het zijn met name jongere, dynamische twintigers en dertigers die verhuizen vanwege een baan (of studie). Uit onderzoek blijkt dat de beroepsbevolking in steeds mindere mate bereid is te verhuizen voor een andere baan. Bereidheid om te verhuizen zegt echter nog niets over daadwerkelijke verhuizing vanwege een (nieuwe) baan. We zien bijvoorbeeld dat slechts één van de honderd mensen in ons land die aangeven wel te willen verhuizen naar het buitenland, dit realiseren door de spullen in te pakken en de stap te nemen. Uit gegevens van 2003 en 2004 komt naar voren dat van werkend Nederland ruim 8% is verhuisd. Maar slechts 0,8% verwisselden zowel van baan als van huis in dat jaar. Kortom: werkend Nederland verhuist helemaal niet “aan de lopende band”!
Minister Kamp had beter moeten weten, aangezien hij enkele jaren geleden minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer was en de gegevens van de Woon-Onderzoeken destijds ook moet hebben gekend. Bovendien moet hij contacten hebben met de huidige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die nu de verantwoordelijke minister is van de afdeling ‘Wonen’. Waarschijnlijk heeft Kamp al die tijd voor zich uit zitten staren!
Hoe zit het met Het Nieuwe Werken eigenlijk? Straks is verhuizen niet meer nodig en kan je vanuit elke plek je werk doen. Maar dit geldt natuurlijk niet voor elk soort werk. In ieder geval lijkt mij dat Kamp zich ook eens op het Nieuwe Werken zal moeten oriënteren. Het Nieuwe Werken dus!
Tenslotte nog even iets over het aantal Oost-Europeanen dat naar ons land verhuist voor werk. Kamp denkt dat Oost-Europeanen kennelijk altijd een baan hebben en zullen blijven verhuizen, als ze maar een baan hebben. Nu blijkt echter dat ook Oost-Europeanen werkloos raken. Het aantal Oost-Europeanen met een Nederlandse uitkering is zelfs veel hoger dan gedacht werd. Zo lees ik in een artikel in de Volkskrant op donderdag 22 december 2011. Wie deelde dit mede aan de Tweede Kamer? Ah, minister Henk Kamp van Sociale Zaken. Had hij dit ook niet even kunnen vermelden tijdens het interview bij Pauw & Witteman? Op dit moment ontvangen 12.000 Oost-Europeanen een uitkering, hiervan zitten er ca. 3.200 in de bijstand en ruim 2.500 in de WW. Zo’n 1.400 personen krijgen een uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Er zijn 4.400 Oost-Europeanen die AOW ontvangen of een uitkering volgens de Nabestaandenwet. Wat kunnen we hieruit concluderen? Ook mensen die (verre) afstanden afleggen en dus verhuizen vanwege het werk (bijvoorbeeld een nieuwe baan), worden werkloos. En de ontwikkeling van de laatste jaren dat steeds meer mensen een tijdelijk contract krijgen en dat de arbeidsmarkt steeds flexibeler wordt, zullen mensen er ook niet snel toe verleiden om te verhuizen voor een nieuw arbeidscontract bij een andere werkgever van een half jaar. Zeker niet als de woningmarkt op slot zit. En hoe zit het met de verantwoordelijkheid van werkgevers om werklozen aan te nemen? Daar heeft Kamp het ook niet over.
Het wordt tijd dat Kamp zijn hangende grammofoonplaat uitzet en zich echt eens gaat verdiepen in de feiten in plaats van de werkelijkheid ons anders voor te spiegelen! En wat te zeggen van werkgevers die aan de lopende band mensen ontslaan bij de minste of geringste tegenslag?
(1). Het WoON is een onderzoek naar de woonwensen van Nederlanders. In 2009 is het WoON voor het laatst gehouden. In 2012 zal een nieuw onderzoek gepresenteerd worden. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en het CBS zijn bezig om het WoON 2012 voor te bereiden.








































































